Telenet.be
 
 
 
 

Investeringsvoorstel

 
 

Redenen om te investeren

Redenen om te investeren

Show All
Toonaangevende HFC en 4G+ geconvergeerde netwerkinfrastructuur, onderbouwd door een gerichte, evenwichtige investeringsstrategie

Ons hybride vezel-coax (‘HFC’) kabelnetwerk bestrijkt het Vlaamse gewest, bereikt ongeveer 61 % van België in termen van aansluitbare woningen en omvat de grootstedelijke gebieden Antwerpen en Gent en ongeveer twee derde van Brussel na onze overname van SFR Belux op 19 juni 2017. Ons kabelnetwerk (het ‘Gecombineerde Netwerk’) bestaat uit een dichte glasvezelbackbone met lokale lusverbindingen van coaxkabel met een gebruikt spectrum tot 1,2 GHz, gebaseerd op de EuroDocsis 3.0- en 3.1-technologie met downstream datasnelheden tot 1 Gbps in het volledige servicegebied. Wij zijn de eigenaar van ongeveer twee derde van het kabelnetwerk in Vlaanderen en Brussel en exploiteren het resterende derde via een erfpachtovereenkomst op lange termijn met Fluvius, tot 2046.

Ons mobiele netwerk bestaat uit 3.200 macrosites die het volledige Belgische grondgebied bestrijken. Na de overname in 2016 van BASE, de derde grootste mobiele operator, hebben wij circa € 250 miljoen geïnvesteerd in de modernisering van de bestaande sites. Daarnaast zullen wij tegen eind 2020 tot 1.000 aanvullende relaissites hebben gebouwd. Zo hebben wij volgens de gegevens van het BIPT van oktober 2020 een van de best presterende mobiele netwerken, met gemiddelde down- en uploadsnelheden van bijna 100 Mbps en meer dan 25 Mbps. Wij hebben ook met succes nieuwe Voice-over-WiFi- en Voice-over-LTE-diensten gelanceerd die de dekking binnenshuis verbeteren en een HD geluidskwaliteit leveren.

Bewezen vermogen om de ARPU te verhogen dankzij een sterk merk en gedreven door FMC groei

De gemiddelde opbrengst per klantrelatie (ARPU), die de opbrengsten uit mobiele telefonie en bepaalde andere soorten opbrengsten buiten beschouwing laat, is een van onze belangrijkste operationele statistieken, aangezien wij naar een groter aandeel van de telecommunicatie- en contentuitgaven van onze klanten streven. In KW1 2021 bedroeg de maandelijkse ARPU per klantrelatie € 59,8, een forse stijging met 3 % tegenover de periode van vorig jaar. De groei van de gemiddelde opbrengst per klantrelatie werd bevorderd door (i) een hogere proportie abonnees op breedband van hoger niveau, (ii) de gunstige impact van de prijsaanpassing in oktober 2020, (iii) een hogere proportie multiplay abonnees en (iv) een relatief lagere proportie bundelkortingen (met inbegrip van promoties met vaste termijn). De trend jaar-op-jaar van de gemiddelde opbrengst per klantrelatie wordt niet langer vertekend door de allocatie van de opbrengsten uit bundels, die in KW1 2020 werd gewijzigd.

Onze FMC-klantenbasis, die de som vertegenwoordigt van onze voorstellen ‘WIGO’, ‘YUGO’ en ‘KLIK’, bereikte 660.500 abonnees, een stijging met 15 % jaar-op-jaar. In KW1 2021 wonnen wij netto 18.700 nieuwe FMC-abonnees.

Met de lancering van onze gloednieuwe FMC-bundelproducten 'ONE' hebben wij de bestaande drempels voor onze klanten verlaagd. We stappen af van het 'one size fits all' idee achter de huidige bundels en opteren voor een modulaire benadering waaruit de klanten kiezen wat ze nodig hebben. Klanten kunnen nu zonder datalimiet beschikken over mobiel en vast internet en het onderscheid tussen verbruik via 4G en Wifi is verdwenen. Er is geen onderscheid meer tussen het verbruik via 4G en wifi. De klanten kunnen drie keuzes maken: (i) de snelheid thuis (150 of 1000 Mbps) en buiten (30 Mbps of meer), (ii) het aantal SIM-kaarten, en (iii) of ze wel of geen televisie wensen en zo ja, hoe ze willen kijken: via de Telenet Tv-box of met de nieuwe Flow-app. Elke ONE klant ontvangt een extra data-SIM-kaart welke in een tablet kan worden gebruikt, maar past ook perfect in een Minimodem. Met dit nieuwe apparaat kunnen de klanten overal en op elk moment een persoonlijke hotspot maken.

 

Gedisciplineerde kostenbeheersing en aanhoudende focus op operationele leverage door digitale transformatie

In de drie maanden tot 31 maart 2021 bedroegen onze totale bedrijfskosten € 492,1 miljoen, een daling met 2 % tegenover dezelfde periode van vorig jaar. Onze totale kosten in KW1 2020 omvatten een bijdrage voor het volledige kwartaal van onze Luxemburgse kabelactiviteit en een versnelde afschrijving voor € 9,2 miljoen van uitzendrechten, een gevolg van de stopzetting van alle grote sportevenementen wegens de COVID-19-pandemie. De totale bedrijfskosten vertegenwoordigden ongeveer 76 % van de opbrengsten in KW1 2021 (KW1 2020: ongeveer 77 %). De kostprijs van geleverde diensten als percentage van de opbrengsten vertegenwoordigde ongeveer 50 % in KW1 2021 (KW1 2020: ongeveer 57 %), terwijl de verkoop-, algemene en administratiekosten ongeveer 26 % van onze totale opbrengsten in KW1 2021 vertegenwoordigden (KW1 2020: ongeveer 20 %). Op rebased basis daalden onze operationele kosten in KW1 2021 met ruim meer dan 5 % vergeleken met de periode van vorig jaar. Dit was voornamelijk het gevolg van een rebased daling met 16 % (€ 24,4 miljoen) van onze directe kosten zoals verder besproken hieronder. Hogere personeelskosten in het kwartaal vanwege een groter gemiddeld personeelsbestand werden meer dan gecompenseerd door (i) 25 % lagere kosten van uitbestede arbeidsdiensten en professionele diensten en (ii) een daling met 4 % van de verkoop- en marketingkosten, allebei op rebased basis.

Op weg naar een duurzame rendabele samengestelde jaarlijkse groei van 6,5-8,0 % van de operationele vrije kasstroom 2018-2021

In de voorbije jaren hebben wij ons vermogen bewezen om stabiele, evenwichtige totale opbrengsten om te zetten in een sterke groei van de Adjusted EBITDA en de aangepaste vrije kasstroom. Wij streven naar een duurzame rendabele groei in de periode 2018-2021, met een samengestelde jaarlijkse groei van de operationele vrije kasstroom met 6,5-8,0 %. Onze vooruitzichten houden geen rekening met de opname van de gekapitaliseerde voetbaluitzendrechten en licenties voor het mobiele spectrum, en evenmin met de impact van IFRS 16 op onze toe te rekenen investeringsuitgaven. De gezonde groei van onze operationele vrije kasstroom zou de groei van de aangepaste vrije kasstroom in de periode moeten stimuleren.

Sterke liquiditeit en schuldvervalprofiel op lange termijn van 7,3 jaar

Op 31 maart 2021 bedroeg ons totale schuldsaldo (inclusief toe te rekenen interest) € 5.488,3 miljoen, waarvan een hoofdsom van € 1.391,1 miljoen verband houdt met de in € en USD luidende Senior Secured Fixed Rate Notes, die in maart 2028 vervallen, en met een hoofdsom van € 3.063,2 miljoen die verschuldigd is onder onze Amended Senior Credit Facility 2020, die van april 2028 tot april 2029 vervalt. Ons totale schuldsaldo op 31 maart 2021 omvatte ook een hoofdsom van € 352,7 miljoen in verband met ons leverancierskredietprogramma, terwijl het restant voornamelijk bestaat uit leaseverplichtingen in verband met de overname van Interkabel en andere leaseverplichtingen.

De kortlopende verplichtingen voor ons leverancierskredietprogramma buiten beschouwing gelaten, hebben wij geen schulden die voor maart 2028 vervallen, met een gewogen gemiddelde looptijd van ongeveer 7,3 jaar op 31 maart 2021. Daarnaast hadden wij op 31 maart 2021 ook volledig toegang tot € 555,0 miljoen niet-opgenomen verbintenissen onder onze wentelkredietfaciliteiten, met bepaalde beschikbaarheden tot september 2026.

Aantrekkelijke aandeelhouderswaarde in 2020 en de volgende jaren dankzij een robuuste conversie van de aangepaste vrij kasstroom

Gelet op de robuuste onderliggende conversie van de aangepaste vrije kasstroom en de verbeterde/herbevestigde prognose voor de operationele vrije kasstroom voor zowel het boekjaar 2020 als de 3-jarige periode 2018-2021 heeft de raad van bestuur beslist het bestaande beleid voor de vergoeding van de aandeelhouders te versterken. Ons nieuwe beleid is gericht op het bereiken van een evenwicht tussen enerzijds aantrekkelijke aandeelhoudersvergoeding, terwijl anderzijds de optionaliteit voor waardetoevoegende fusies en overnames in de toekomst dient behouden te blijven. Terwijl het streefdoel van een netto totale schuldgraad van 4,0x (met uitzondering van fusies en overnames alsook ervan uitgaande dat er geen beduidende nadelige wijzigingen in onze activiteiten of regelgevend kader plaatsvinden) wordt herbevestigd, heeft de raad van bestuur voor de toekomst een dividenddrempel van € 2,75 per aandeel (bruto) ingevoerd. Deze dividenddrempel veronderstelt dat er geen beduidende nadelige wijzigingen in onze activiteiten of regelgevend kader plaatsvinden en vervangt de eerder gecommuniceerde 50-70% uitbetalingsvork. De raad van bestuur wenst hiermee een groter gedeelte van de aangepaste vrije kasstroom aan recurrente dividenden toe te wijzen. Het restant van onze aangepaste vrije kasstroom komt nog steeds in aanmerking voor waardetoevoegende overnames, buitengewone dividenden, incrementele inkoop van eigen aandelen, schuldafbouw of een combinatie daarvan.De Algemene Vergadering van april 2021 keurde de betaling van het bruto dividend van € 1,3750 per aandeel goed, dat betaald zal worden begin mei.In december 2020 hebben we een bruto tussentijds dividend uitgekeerd van € 1,3750 per aandeel (in totaal € 150,0 miljoen), wat de helft van de bovengenoemde dividenddrempel vertegenwoordigt. Gisteren keurden aandeelhouders de betaling van het resterende bruto dividend van € 1,3750 per aandeel (€ 150,2 miljoen in totaal1) goed. Het dividend zal worden uitbetaald op 5 mei 2021 waarbij de Telenet-aandelen ex-dividend verhandelen op Euronext Brussel vanaf 3 mei 2021. Met inbegrip van de betaling van dergelijk dividend, bedraagt het totale bruto dividend € 2,75 per aandeel, of € 300,2 miljoen in totaal. Dit is 47% hoger dan het dividend per aandeel betaald over de aangepaste vrije kasstroom voor het boekjaar 2019. Hiermee blijven we voldoen aan ons aandeelhoudersvergoedingsbeleid met inbegrip van de eerder genoemde dividenddrempel.

1 Op basis van 109.243.261 uitstaande dividendgerechtigde aandelen op de datum van dit persbericht